Lekkerrrrrr.
Na een uurtje in het kamp rondgelopen te hebben gaan we op een bankje zitten voor een olifantenshow. De olifanten zijn getraind om ons hun talenten te laten zien, en dan niet alleen als werkdier om met boomstammen te werken. We hebben eigenlijk een dubbel gevoel bij het zien van een olifant die schildert, of een olifant die een dansje maakt of een bal weg kan trappen. Voor ons gevoel zijn dit voor deze prachtige dieren toch heel onnatuurlijke dingen.
Er wordt zelfs een vrijwilliger uit het publiek gevraagd om plat op de grond door een olifant met zijn poot gemasseerd te worden.
Na afloop van deze show klimmen we op een bankje op de rug van een volwassen olifant voor een ritje door de jungle. Wij zijn echt niet de enigen want in een lange rij loopt een groot aantal olifanten met elk twee toeristen op de rug en een berijder in de nek. Wij vinden het leuk en spannend, vooral als we weer door het water gaan, maar voor de olifanten is het dagelijks een paar keer hetzelfde paadje lopen. Hoe commercieel het is wordt nog eens benadrukt als we halverwege de rit langs een platform in een boom rijden, waar we zo vanaf ons hoge zitplekje weer een tros bananen kunnen kopen.
Gelukkig is het wel zo dat aan het eind van de ochtend de olifanten een heerlijk bad krijgen en verder de hele middag lekker los rond kunnen lopen in een stukje bos.
Olifanten laten zien wat ze allemaal met boomstammen kunnen doen.
Op de rug van een olifant door de rivier.
De olifanten krijgen een welverdiend bad.
Na best wel genoten te hebben van het contact met de olifanten en de rit door de jungle stappen we bij terugkomst over van de rug van de olifant op een bamboevlot. Op een hele relaxte manier zakken we de Ping River af waar af en toe door een Thaise jongeman met een lange stok bijgestuurt wordt. Met een traditionele ronde rieten zonnehoed op zien we onderweg op de oevers enigszins hoe de bevolking langs de rivier leeft. Maar ook hier ontkomen we niet aan handelaren, die deze keer tot hun middel in het water staand hun koopwaar aan ons proberen kwijt te raken.
Ne een uurtje heel relaxed 'raften' stoppen we bij een boerderij waar we in een houten kar klimmen. De kar wordt voortgetrokken door twee grote sterke ossen waarmee we zo'n 20 minuten over rulle zandpaden sjokken tot we bij het Royal Ping Resort zijn. Een groot complex met souvenir winkeltjes en waar we wat te drinken nemen. Onderweg zijn foto's van ons genomen en we kopen twee foto's die in een lijstje zitten, gemaakt van olifantenpoep. Inmiddels weten we dat de uitwerpselen van olifanten voor heel veel dingen gebruikt worden.
Op een bamboevlot met de stroming mee de rivier afzakken.
De ossenkar staat voor ons klaar.
Het is hier te laat geworden voor een lunch, dus besluiten we samen met onze gids om door te rijden naar de volgende bestemming, een orchideeën en vlinderfarm. Het eerste wat we hier doen is in het lokale restaurantje een Thaise lunch nemen, waarna we ruime tijd de gelegenheid hebben om rond te lopen. We genieten volop van de meest prachtige vlinders die tussen de kleurrijke orchideeën rondvliegen.
Als het tijd is om terug te gaan naar ons hotel blijkt het zo ontzettend druk te zijn op de weg dat onze gids vraagt of hij een binnenweg naar Chang Mai mag nemen. Natuurlijk vinden we dat niet erg en achteraf gezien hebben we er ook geen spijt van. We vinden het zelfs heel leuk. We zien van alles langs en op de weg wat we anders niet gezien zouden hebben. Leuke dorpjes met mensen aan het werk op het land, met de hand of door ossen voortgetrokken houten karren, fietsen volgeladen met hooi en er komt ons zelfs een loslopende koe tegemoet waar niemand zich druk om maakt. Tussen 3 en 4 uur zijn we dan toch terug bij ons hotel.
De meest prachtige kleuren.
Er komt ons een koe tegemoet en niemand die zich er druk om maakt.
We eten begin van de avond bij een Belg die een restaurant geopend heeft in Chang Mai. Als we met hem aan de praat raken vertelt hij dat hij wel de eigenaar is, maar niet zelf mee mag werken. Wettelijk mag alleen Thais personeel in de keuken of in de bediening staan. Hij mag alleen toezicht houden.
Het is oudejaarsavond en om 23.00 uur lopen we naar een groot plein in de stad waar schijnbaar een groot feest gehouden wordt. Op weg daar heen zien we overal (wens)lampionnen de lucht in gaan. Eigenlijk is het een grote lampion van papier met een papieren brander onderin zoals een luchtballon. De lampion wordt aangestoken, men doet een wens en laat hem de lucht in gaan. Er staan duizenden lichtjes aan de hemel. Geen sterren maar allemaal lampionnen.
Op het plein staan we tussen duizenden mensen, terwijl er tussen onze benen gewoon vuurwerk wordt afgestoken. Op een groot podium treedt een landelijke bekendheid op en zelfs de televisie is aanwezig. Het is één groot feest en we vermaken ons kostelijk. Om middernacht wordt begonnen met aftellen maar als het eenmaal precies 12 uur is, gebeurt er vervolgens niets meer. Met doet mee met de rest van de wereld met de feestelijkheden, maar Thailand viert zelf de jaarwisseling op 13 april.
Uiteindelijk gaan we het nieuwe jaar in met weinig spektakel, maar we vermaken ons prima als lange europeanen tussen de veel kleinere Thaise mensen. Toch blijven we niet te lang op het plein en wandelen al gauw weer terug naar het hotel. We willen niet te laat naar bed i.v.m. de plannen voor de volgende dag.
Aansteken, wens doen en de lucht in.
Gezellige drukte.