Het restaurant van het Suriwongse hotel.
In minder dan een uur rijden we naar een dorpje van de Hmong bergstam in het noorden van Thailand, bekend vanwege het feit dat de vrouwen het werk verrichten en de mannen weinig tot niets doen. We hadden er ons vooraf toch iets anders van voorgesteld want het blijkt helaas een groot commercieel gebeuren te zijn, hoewel het dorpje nog steeds bestaat uit hele schamele behuizing. Het eerste wat opvalt is de parkeerplaatsen net buiten het dorpje. Daar heb je zelfs speciale plekken voor touringcars. Zoveel toeristen bezoeken het dorpje dus en vrijwel alles draait om de inkomsten van toeristen. Zelfs de allerkleinste kindjes, in leuke klederdracht nemen automatisch al een pose aan als ze zien dat je een foto wilt maken.
Toch is het leuk en schijn bedriegt. Kijk je even verder dan zie je armoede en zijn de kinderen echt kind. Als Ans aangeeft dat ze een toilet zoekt wordt ze naar een gebouwtje gestuurd waar ze achteraf gezien toch liever had gewacht. Daarentegen heeft het kleine, van golfplaten opgetrokken en heel simpel ingerichte postkantoortje waar nooit een toerist komt, mijn volle belangstelling. Al met al maken we toch een groot aantal hele leuke foto's.
Arme behuizing in het bergdorpje.
Drie jonge kinderen om een bakje eten heen.
Vervolgens rijden we weer terug naar Chang Mai waar we naar de Wat Phra That tempel op de berg Doi Suthep rijden. De fraaie tempel ligt zo'n 15 km buiten de stad op een hoogte van 1300 meter en is alleen te bereiken over een steile bochtige weg. Het is de belangrijkste tempel van Chang Mai en op feestdagen is het er altijd druk. Zo ook vandaag. Om de tempel te bereiken moeten we een trap met 309 treden betreden met aan weerszijden een grote, lange slang met drakenkop als afscheiding. In elke reisbrochure staat een fraaie afbeelding van deze trap, maar wij kunnen alleen maar een foto maken met honderden toeristen die naar boven en beneden lopen. In de tempels is gepaste kleding gewenst. Iedereen loopt op blote voeten en Ans heeft altijd een sjaal bij zich om over haar blote schouders te slaan. Nu weet ik ook waarom ik voordat we vanochtend vertrokken door onze gids terug gestuurd werd om mijn korte broek te verwisselen voor een lange broek.
Drommen mensen op de toegangstrap naar de tempel.
De voorzijde van het tempelcomplex boven aan de trap.
We hebben al een aantal tempels bezocht, maar ook nu is het weer een en al pracht en praal. We kijken onze ogen uit. Eigenlijk is het een groot complex met meerdere kleine tempels. Eerder hebben we gelovigen gezien die muntjes gooiden in een lange rij metalen potten. Hier zien we lange rijen mensen, veelal met een wierookstokje in de hand, ieder drie rondjes om één van de tempels lopen. Ergens anders op het tempelcomplex hangt een rij klokken waar de Boeddhistische bevolking langs loopt terwijl ze met een stok op elke klok slaan. Wij leren veel van het Boeddhisme deze reis.
Wij gaan bij een paar tempels naar binnen. In sommige daarvan zitten gelovigen te bidden voor een groot beeld van Boeddha, terwijl in andere tempels soms ook een monnik zit die voorgaat in gebed. In een tempel zit je op de grond en wij weten dat je dan met je blote voeten afgewend van het Boeddhabeeld gaat zitten. Een Thaise man spreekt ons aan en bedankt ons voor het respect dat wij als toeristen hebben voor zijn God.
Ans met bedekte schouders tussen de pracht en praal.
In een lange rij lopen de gelovigen drie keer rond de tempel.
Het uitzicht over de stad Chang Mai.
Vanaf het terrein van de tempels heb je een prachtig uitzicht over Chang Mai. Hoewel het de tweede stad is van Thailand is het qua grootte niet te vergelijken met Bangkok. Er wordt gezegd dat het een verademing is om door Chang Mai te lopen omdat het zo veel minder inwoners heeft als de hoofdstad, maar wij merken er niets van. Het is ontzettend druk en als we eindelijk de lange trap bij de ingang afgelopen zijn belanden we in een chaos van mensen en auto's. Het duurt even voordat we kunnen vertrekken, maar eind van de middag zijn we dan toch terug bij het hotel waar we afscheid nemen van onze, best wel gezellige reisgenoten.
Nadat we in het hotel wat gedonken hebben en wat kaarten voor thuis hebben geschreven lopen we het centrum in waar we weer wat te eten nemen bij een stalletje. Het wordt afgeraden, maar tot heden hebben we eigenlijk alleen maar problemen gehad met Thais eten in een restaurant. Na het eten zwalken we weer lange tijd langs de vele stalletjes op de Night Bazaar waar we tegen het einde van de avond beiden een Thaise voetmassage nemen. We weten niet of het nu gewoon lekker of lekker pijnlijk was.
Als we eindelijk terug zijn op onze kamer voelen we ons gewoon nachtbrakers. We liggen, heel uniek, pas om half twaalf op bed.
Een Thaise voetmassage op de Night Bazaar.